Het einde van de stoep


Blog

Jaren hebben we gewacht op een nieuwe stoep voor onze voordeur. Twee jaar nadat hij eindelijk is aangelegd, blijkt hij niet bedoeld om op te lopen, maar om auto’s en vuilcontainers op te parkeren. Voetgangers moeten maar de rijbaan op. Of bestaan gewoon niet meer.

Het kost een paar jaar vergaderen, maar dan krijg je als volhardende buurtbewoner ook wat: een stoep van keiharde bakstenen op vijftien centimeter hoogte en met een rand die hem duidelijk onderscheidt van de rijbaan. Eindelijk ruimte tussen de voordeur en de straat waar de auto’s regelmatig doorheen scheuren of heftig laden en lossen. En eindelijk ook ruimte om wat plantenbakken op te zetten en de straat een piepklein beetje te vergroenen. Je zou verwachten dat de gemeente goed voor zo’n stoep zorgt na zo’n investering. Maar dankzij twee nieuwe restaurants, een hotel en appartementen in aanbouw zijn we sinds vorig jaar onze mooi aangelegde stoep alweer kwijt. Eerst kwamen de aannemers met hun busjes en de vrachtwagens met de sloopcontainers en vervolgens de bestelde materialen. Toen hadden we de invasie van verhuiswagens,  drankenhandels, matras-, glas-, meubel- en visboeren en de voedselgroothandels. En nu blokkeren de nieuwe gasten met hun auto’s voortdurend onze voordeur en zetten de restaurants dagelijks de stoep vol met grote vuilcontainers, vol glas, papier en karton en etensresten.

Weg stoep. De gemeente doet er niets aan. De economie is kennelijk belangrijker dan de veiligheid van bewoners. Binnenkort moeten we maar een uitweg via de daken verzinnen, zoals in het gedicht van Willem Wilmink:

Vroeger kon het zo hard sneeuwen, 
zo’n dik pak.
Dus je kon alleen je huis uit
langs het dak.
En je zag wel aan de: torens
waar je was,
en dan kwam je door de schoorsteen
in je klas.

Het klinkt lekker overdreven, maar ook zonder dikke pakken sneeuw wordt de straat op gaan hier een hachelijk avontuur.