Wonen boven een winkel


Blog

Eind augustus 2011. Het is weer zover: uit de winkel onder ons worden dag in dag uit spullen in aftandse vrachtwagens geladen. Voor de vierde keer in de vijfeneenhalf jaar dat ik in deze buurt woon. Daardoor heb ik inmiddels aan den lijve ervaren wat het fenomeen ‘Wonen boven winkels’ inhoudt: een schijnbaar onuitputtelijke stroom onduidelijke spullen die via de achterkant van de winkel in en uitgeladen worden. 

Nadat in 2003 op een zomerse avond op het voormalige laadplatform een bank in de fik was gestoken die was achtergelaten voor de kringloopwinkel, had ik natuurlijk kunnen weten waar ik aan begon toen ik in 2005 naar het prachtige huis erboven verhuisde. Toen de sporen van de brand in de gevel en in het huis van de buren eindelijk waren weggewerkt, had een Turkse meubelwinkel het pand betrokken dat zijn voorkant aan de andere kant van het blok heeft. Net als de kringloopwinkel maakte deze huurder dankbaar gebruik van het laadplatform beneden mij en de overige openbare ruimte voor de gevel. Zodat er met grote regelmaat maar 30 centimeter voor de voordeur overbleef om me met mijn boodschappen of mijn fiets naar binnen of buiten te wurmen.

In de loop van 2006 ging deze onderneming voor laden en lossen een nieuwe tactiek gebruiken: eens per week werden twee vrachtwagens, waarvan eentje met een internationaal nummerbord, strak tegen de gevel met de openingen naar elkaar toe gezet. Om iets over te laden, denk je dan vanachter je raam. Maar waaruit bestaat die lading dan? Als ik de winkel inkeek, kreeg ik niet de indruk dat het storm liep met de verkoop.

Enfin, het werd zomer en onrustig beneden, vooral ‘s avonds. Ineens ging een stroom spullen de winkel uit. Niet alleen meubels, maar ook een koelkast, een vogelkooi en een rolstoel zag ik afgevoerd worden. Het leek ook wel alsof er binnen werd gesloopt. Dat bleek te kloppen, want toen de vogel met een huurachterstand gevlogen was, had hij volgens de eigenaar ook de verwarmingsketel en radiatoren meegenomen. Pech voor de krakers die vervolgens op een donkere winteravond het pand betrokken.

 

Milieuramp

Door de kraakactie kwam er opnieuw een stroom spullen naar het pand op gang; deze keer voornamelijk computeronderdelen en andere ijzerwaren. En spuitbussen natuurlijk die hun drijfgassen tot de zolder lieten opstijgen. Het streven was een weggeefwinkel te beginnen. Hoewel ik zelf in de jaren zeventig in Amsterdam gekraakt had, stond ik versteld van het gedrag dat nu onder deze noemer vertoond werd. Het voelde meer als een milieuramp dan een poging om leegstaande ruimte voor de gemeenschap te benutten. Toen ze na een half jaar ontruimd werden, herhaalde het ritueel van de vorige huurders zich. Alleen konden ze weinig bruikbaars meer meenemen en lieten ze veel overtollige ballast achter omdat ze meer bakfietsen dan vrachtwagens hadden. Dat was dan ook het enige milieuvriendelijke aspect.

Vervolgens verhuurde de eigenaar de tent aan een groepje kunstenmakers die zich aan de achterkant van het pand in hun gedrag nauwelijks onderscheidden van hun voorgangers; niet alleen qua type vrachtwagens, maar ook qua geluids- en drijfgasniveau. En ook zij konden op een dag de huur niet meer betalen. Voor de eigenaar was dat kennelijk geen probleem want die vond een nieuwe huurder met een ideële doelstelling en een clichématige naam. Die stichting was ons al opgevallen omdat ze overal in de buurt voormalige winkels hadden betrokken en volgestouwd met inboedels van pas overleden personen. En jawel hoor, die kwamen allemaal de kant van onze straat op. Maandenlang ging er een onvoorstelbare hoeveelheid tweedehands meubels, serviesgoed, kleding, keukenapparatuur en snuisterijen via het laadplatform naar binnen. De kelder onder de winkel slokte alles op en er ging bijna nooit meer iets uit. Complicatie was ook dat de motor van de vrachtwagen die gebruikt werd, kennelijk tijdens het lossen altijd moest blijven draaien.

Begin september 2011. Ik heb nu ruim een week kunnen horen, zien en ruiken wat er al die jaren beneden ons naar binnen is gebracht. Dat stond nu namelijk op de stoep richting sloop op een combinatie van een aanhanger, een vrachtwagen en een container. Tussendoor ging het trouwserviesgoed aan diggelen en waaide de correspondentie van menig, vermoedelijk overleden, stadgenoot door de straat. Het wachten is nu op de muizen en ratten die straks zonder eten zitten omdat het met de wandmeubels en fornuizen is afgevoerd. Ik heb mijn streektaalwoordenschat weer kunnen uitbreiden dankzij het gescheld van of tegen gefrustreerde automobilisten die er niet langs konden.

Inmiddels worden er plannen gemaakt om de buurt te transformeren naar een hoger creatief niveau. Komt goed uit, want wij zitten hier als creatievelingen al hoog en droog boven die winkel en zijn er klaar voor. De nieuwe eigenaar, een corporatie, wil er winkels voor jonge ontwerpers van maken. Ik hoop maar één ding: dat die nieuwe winkeliers wat zuiniger met materialen omgaan, minder uitlaatgassen produceren, onze voorgevel als voorgevel gaan zien, in plaats van de aars van het gebouw,  en er rekening mee houden dat er boven winkels ook nog mensen wonen.

Wordt vervolgd.